Retour

 

THAO FA GUM   (PHRAGNA FA LA THORANI SISATTANA GANAHUTTA)  1316 - 1373

par  : Thongphouth Sananikone

 Thao Fa Gum était le fils cadet du prince Tiao Fa Ngiao (ou Khun Phi Fa), héritier du royaume de Xieng Thong (Luang-Phrabang).

Thao Fa Gum  qui naquit en 1316 avait 33 dents à la naissance. Les astrologues et les conseillers du roi firent savoir qu’il s’agissait d’un très mauvais augure, que cela ne pouvait qu’être néfaste et annonçait un grand danger : le déclin, la décadence, etc du royaume.

L’enfant fut mis sur un radeau voguant  vers le sud, accompagné de son père, d’un garde du corps, d’une nourrice et de serviteurs royaux.

Un an plus tard, les exilés atteignirent  Li Phi (Chutes de Khone) où le bébé prince fut recueilli par un ermite Khmer Phra Maha Passaman. Ce dernier l’hébergea et lui apprit les différentes règles religieuses ensuite il le fit confier au roi Khmer, le prince Srinathorn Voraman. L’enfant Fa Gum avait alors 7 ans.

Le roi Khmer l’ayant observé attentivement remarqua  que Fa Gum était très intelligent, clairvoyant. Il lui fit épouser sa fille, la princesse Nang Kèo Kéng Gna.

Thao Fa Gum resta en exil jusqu’à la mort de  son père. Ce fut l’oncle de Fa Gum, Tiao Fa Kham Hiao, qui règne sur le pays. Sans hésiter un instant Fa Gum implora son beau-père et obtint de lui une armée Khmer afin d’entreprendre la reconquête de Xiengthong.

 FA GUM : REUNIFICATEUR DU ROYAUME DE LANE XANG (LAOS)

 La reconquête commença par les principautés de Muang Pak Kop (région de Ubon), Muang Ka Bông (Nakhorn Phanom) et Nam Houng (Pak Kading).

Les autres seigneurs des  principautés du Nord Est du Pays éprouvèrent  à la fois respect et crainte du grand et renommé Fa Gum.Ce fut surtout le cas pour la principauté  de Muang Phouan (Xieng Khouang) et des 9 autres principautés du Nord. Les seigneurs de ces régions vinrent se soumettre  à Fa Gum : ils évitèrent ainsi  les conséquences qu’aurait eues  une guerre ouverte : pertes matérielles et pertes en vies humaines.

Quant à Tiao Fa Kham Hiao, roi en titre de Xieng Thong, comprenant qu’il ne pourrait en aucun cas s’opposer à son neveu, il préféra se suicider par empoisonnement. Apprenant ce décès, les conseillers, mandarins et administrateurs du royaume décidèrent d’introniser Thao Fa Gum en tant que roi de Xieng-Thong. Il reçut donc le sceptre et la couronne sous le nom de Phragna Fa La Thorani Srisattana Ganahuta.

Ensuite Fa Gum continua son œuvre de reconquête et de réunification. Il confia la régence à la reine Nang Kèo Kéng Gna et poursuivit sa route vers le Nord Ouest du pays. Il libéra successivement Muang Xieng Sène et onze autres plus petites principautés : les Kmu, les Akha, Les Yao, les Mèo , etc … puis redescendit vers le Sud Ouest et libéra Roy Et   et termina la reconquête par la principauté de ViengKham (Vientiane).

Dans le domaine religieux, son influence du nouveau roi fut prépondérante. Ce fut lui qui libéra son peuple du culte des esprits introduisant dans son pays le Bouddhisme Hinayana déjà bien installé au royaume Khmer. Dès lors le Bouddhisme devint religion d’état et est encore de nos jours la religion officielle du Laos.

Le roi Fa gum eut 2 fils et 1 fille, nés de la reine Nang Kèo Kéng Gna : Thao Oun Heuan, Thao Kham Kong et Nang Kèo Ket Késy.

La mort de la reine Nang Kèo Kéng Gna fut pour le roi Fa Gum une épreuve insupportable et son découragement fut complet. Il laissa de plus en plus la conduite du royaume à ses conseillers les plus proches. Mais ceux-ci ne furent pas tous à la hauteur de la tâche et certains d’entre eux profitèrent de l’épreuve du roi pour se livrer au désordre, à la corruption , etc...

Le roi Fa Gum abdiqua et s’exila à Muang Nan. C’est là qu’il mourut quelques années plus tard,  miné par le chagrin.

 

WB01432_.gif (3228 octets)

 

 

THAO FA GUM (PHRAGNA FA LA THORANI SISATTANA GANAHUTTA) 1316 - 1373

Door : Thongphouth Sananikone

 

Thao Fa Gum was de jongste zoon van de prins Tiao Fa Ngiao (of Khum Phi Fa), erfgenaam

van het koninkrijk van Xieng Thong (Luang-Phrabang).

            Thao Fa Gum, geboren in 1316, had 33 tanden bij de geboorte. De astrologen en de raadgevers van de koning waren overtuigd dat dit een zeer slecht voorteken was, dat het enkel en alleen noodlottig kon zijn en een groot gevaar voorspelde :  het verval, het uiteenvallen van het koninkrijk enz…

            Het kind werd op een vlot geplaatst, drijvend richting zuiden, vergezeld van zijn vader, een lijfwacht, een voedster en koninklijke dienaren.

            Een jaar later bereikten de verbannenen  Li Phi (Watervallen van Khone) waar de baby prins werd opgevangen door een kluizenaar Khmer Phra Maha Passaman. Deze laatste bood hem onderdak en leerde hem de verschillende religieuze regels, daarna vertrouwde hij hem toe aan de Khmer koning, de prins Srinathorn Voraman. Het kind Fa Gum was op dit moment 7 jaar oud.

             Na hem heel aandachtig gadegeslagen te hebben merkte de Khmer koning dat hij heel intelligent en helderziende was.Hij gaf hem de naam: prins Sarinthone SayaVoraman en liet hem huwen met zijn dochter, de prinses Nang Kèo Kéng Gna. Thao Fa Gum bleef in verbanning tot aan de dood van zijn vader. Het werd de oom van Fa Gum, Tiao Fa Kham Hiao, die over het land regeerde.

            Zonder een moment te twijfelen smeekte Fa Gum bij zijn schoonvader om een Khmer leger en bekwam hij het ook om te beginnen aan de herovering van Xiengthong.

 

Fa Gum : hereniger van het Koninkrijk van Lane Xang (Laos)

              De herovering startte met de prinsdommen van Muang Pak Kop (regio van Ubon),  Muang Ka Bông

(Nakhorn Phanom) en Nam Houng (Pak Kading).

            De overige Heren van de Noord Oostelijke prinsdommen van het land hadden zowel eerbied als schrik voor de grote en beroemde Fa Gum. Dit was vooral het geval voor het prinsdom van Muang Phouan(Xieng Khouang) en de 9 andere prinsdommen van het noorden.

De Heren van deze regio’s besloten zich te onderwerpen aan Fa Gum: op deze manier ontweken zij de gevolgen die een open oorlog met zich zou meebrengen: materiële verliezen en verlies van mensenlevens.

            Wat Tiao Fa Kham Hiao, koning bij titel van Xieng Thong, betrof, wetende dat hij zich nooit tegen zijn neef zou kunnen verzetten, verkoos hij zich door vergiftiging te zelfmoorden. Bij het vernemen van zijn overlijden besloten de raadgevers, mandarijnen en de bestuurders van het koninkrijk om Thao Fa Gum de troon te laten bestijgen als koning van
Xieng-Thong. Hij ontving dus de scepter en de kroon onder de naam van Phragna Fa La Thorani Srisattana Ganahuta.

            Vervolgens zette Fa Gum zijn werk van herovering en hereniging verder. Hij verleende het regentschap aan de koningin Nang Kèo Kéng Gna en zette zijn weg verder naar het noordwesten van het land. Hij bevrijdde achtereenvolgend Muang Xieng Sène en elf andere kleinere prinsdommen: de Kmu, de Akha, de Yao, de Mèo, enz…vervolgens zakte hij via het zuidwesten af en bevrijdde Roy Et en eindigde de herovering met het prinsdom van ViengKham (Vientiane).

              Op het religieuze gebied was de invloed van de nieuwe koning overwegend. Het was hij die zijn volk bevrijdde van het geloof in geesten en die het Boeddhisme Hinayana, reeds goed ingenesteld in het koninkrijk Khmer, in zijn land introduceerde. Vanaf dat moment werd het Boeddhisme de staatsgodsdienst en is het op dit moment nog altijd de officiële godsdienst van Laos.

            De koningin Nang Kèo Kéng Gna schonk de koning Fa Gum 2 zonen en 1 dochter : Thao Oun Heuan, Thao Kham Kong en Nang Kèo Ket Késy.

            De dood van de koningin Nang Kèo Kéng Gna was voor de koning Fa Gum een ondraaglijke beproeving en hij was volledig ontmoedigd. Hij liet meer en meer het besturen van zijn koninkrijk over aan zijn naaste raadgevers. Maar deze waren niet altijd bekwaam voor deze taak en sommige profiteerden van deze beproeving voor de koning om zich over te laten aan wanorde en aan corruptie enz…

            De koning Fa Gum trad af en ging in ballingschap naar Muang Nan. Het is daar dat hij Enkele jaren later stierf, ondermijnd door verdriet.  

                                                                                                Vertaling : Pascal Vandoorne